Home

Zoeken

Zoek in 6435 artikelen


    Wat is een levend fossiel?

    Levende fossielen zijn organismen die lijken op soorten die uitgestorven zijn. Ze komen vaak voor in sterk geïsoleerde, bijna onveranderlijke milieus, waardoor ze in de loop van de tijd niet of nauwelijks veranderen. Een beroemd voorbeeld van een levend fossiel bij planten is de ginkgo (Ginkgo biloba). Deze boom behoort tot de familie van de Ginkgoales en is een naaste verwante van de naaldbomen. De soort van tegenwoordig lijkt sterk op de vorm die het meest recent is uitgestorven (tijdens het Plioceen, 2 tot 5 miljoen jaar geleden). De oudste fossielen van deze groep bomen dateren van 200 miljoen jaar geleden. De ginkgo is niet uit het wild bekend. In de 11e of 12e eeuw brachten boeddhistische monniken de boom vanuit China naar Japan, vanwaar hij in de 18e eeuw over de hele wereld verspreid werd.

    De eerste boom buiten Azië werd in 1740 in Utrecht geplant. Momenteel wordt de ginkgo wereldwijd aangeplant en in vele tuincentra zijn jonge boompjes te koop. Al deze bomen zijn uiteindelijk afkomstig uit de tempeltuin in China.

    Het meest bekende voorbeeld van een levend fossiel bij dieren is de coelacanth (Latimeria). Deze vis behoort tot de groep van de kwastvinnigen (Crossopterygii), die ongeveer 300 miljoen jaar geleden ontstond. Men gaat er van uit dat de kwastvinnigen de voorouders zijn van de amfibieën. Op grond van de fossiele vondsten concludeerde men dat de kwastvinnigen ongeveer gelijktijdig uitstierven met de dinosauriërs. Tot grote verbazing en opwinding van vele wetenschappers, werd in 1938 voor de kust van Zuid-Afrika een grote vis gevangen, die leek op de uitgestorven kwastvinnigen. Het bleek een coelacanth te zijn. Hij werd Latimeria gedoopt. In 1952 en later werden enkele exemplaren gevangen voor de kust van Madagascar. Onlangs veroorzaakte de vangst van een coelacanth voor de kust van noordoost Sulawesi (Indonesië) weer voor grote opschudding. Deze vondst betekent dat de coelacanth een grotere verspreiding kent dan werd aangenomen. In de tentoonstelling Natuurtheater kunt u een exemplaar van de coelacanth bewonderen.

    Wat is er bijzonder aan een levend fossiel?

    Eigenlijk zijn levende fossielen zoals de ginkgo en de coelacanth niets bijzonders. Zij spreken tot de verbeelding omdat we dachten dat ze uitgestorven waren. Er zijn ook levende fossielen waar we minder lang bij stilstaan. Dit zijn dieren of planten die we altijd al gekend hebben, maar over zeer lange perioden in uiterlijk nauwelijks veranderd zijn. De degenkrabben (Xiphosura) vormen hiervan een goed voorbeeld. De oudste fossielen van deze zeedieren dateren van 560 miljoen jaar geleden (Cambrium). Tot ongeveer 200 miljoen jaar geleden vormden de degenkrabben een soortenrijke groep. Daarna begon de diversiteit af te nemen. De soorten van tegenwoordig lijken nog steeds veel op die van ongeveer 70 miljoen jaar geleden. Tegenwoordig komen er nog vijf soorten voor, verdeeld over drie geslachten. Eén soort is beperkt tot de oostkust van Noord-Amerika, de andere soorten leven in Zuidoost-Azië.

    De groep die in de loop van de evolutie verreweg de minste veranderingen in uiterlijk heeft doorgemaakt zijn de bacteriën. De oudste fossielen die duiden op deze vormen van leven zijn ongeveer 3,5 miljard jaar oud. Ze heten stromatolieten en zijn in de zaal Oerparade te zien.